Australia DU (Down Under)


Geografie

Australië is het kleinste werelddeel, maar het grootste eiland ter wereld.

Het is een land van haarscherpe contrasten in landschap, klimaat en cultuur.
De meeste Australiërs wonen langs de oost- en de zuidkust met een concentratie
in de steden zoals Adelaide, Cairns, Darwin, Perth en Alice Springs.

Geografie

Het land strekt zich over 7,7 miljoen vierkante kilometer uit van de Indische tot de Stille Oceaan.
Het Australische landschap kent vele extremen: tropische regenwouden, subtropische kuststreken,
lage bergruggen waar brede rivieren ontspringen, enorme steppegebieden met slechts laag struikgewas
en lege woestijnen met grote zoutmeren en eilandbergen waaronder de beroemde Ayers Rock.

Landschap

Australië kent een variatie van landschap: ongerepte regenwouden, stille goudgele palmstranden,
prachtige woestijnen en grillige gebergten.

Klimaat

De seizoenen in Australië zijn tegengesteld aan die op het noordelijk halfrond.
Het grootste deel van Australië ligt in tropisch en subtropisch gebied.
De rest van het land heeft een gematigd klimaat net als Nederland.
Australia DU (Down Under)
Geschiedenis
Aboriginals, Hollanders en Engelsen
Tussen de 70.000 en 40.000 jaar geleden kwamen de eerste groepen mensen aan op het Australische continent. De huidige aboriginals waren de eerste mensen die het Australische continent bevolkten. Ze verspreidden zich door hun nomadische levenswijze over geheel Australië en de eilanden voor de kust, waaronder Tasmanië. Rond de tijd dat de Europeanen kwamen leefden er naar schatting tussen de 250.000 en 300.000 Aboriginals op het gigantische continent.
Gedurende de 16e eeuw werden de eerste pogingen gedaan om het "Terrae Australis Incognitae", het "onbekende Zuidland" te vinden. Omdat men dacht dat de aarde plat was, moest er in het zuiden wel een land liggen dat de aarde in evenwicht hield. De Portugezen en Spanjaarden waren de eersten die op zoek gingen. De Portugees Mendez was de eerste die Australië in 1522 zag, maar hij ging niet aan land.
De Hollanders daarentegen kwamen al veel verder. Willem Jansz. met zijn schip "Duyfken" ontdekte de Cape York Peninsula in 1606, Dirk Hartog voer langs de barre westkust en in 1628 kwam Frans Thijssen per ongeluk uit bij de Nuyts Archipelago onder het huidige South Australia. Het onherbergzame binnenland was er de oorzaak van dat men niet verder op onderzoek uitging. Abel tasman kreeg in 1642 van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) de opdracht om de Australische kust in kaart te brengen. Op zijn eerste reis bracht hij de zuidkust van het eiland Tasmanië (toen: Van Diemenland) in kaart en enkele jaren later zeilde hij van Carpentaria naar de Nuyts Archipelago. De VOC had op dat moment niet het geld en de mankracht om Australië te koloniseren en men ging dan ook niet verder aan land.
De eerste die wel voet aan wal zette was de boekanier William Dampier met zijn schip de Roebuck. Door zijn negatieve verhalen bij thuiskomst nam de interesse van de Britten voor Australië echter al snel af. Pas honderd jaar later kreeg kapitein James Cook de opdracht van de Admiraliteit van Engeland om een groot gedeelte van het "Grote Zuidland" te claimen.
Op 29 april 1770 zeilde Cook met het schip de Endeavour de Botany Bay binnen en verklaarde alles wat te oosten van de 135e breedtegraad lag tot Brits grondgebied. Het enigszins op Wales gelijkende gebied werd door Cook New South Wales genoemd. De plantkundige Joseph Banks was met Cook meegevaren en zeer enthousiast over de aangetroffen flora en fauna en over het binnenland, wat hem zeer geschikt leek om te koloniseren.
Australië wordt strafkolonie
De Britse regering besloot door de positieve verhalen en rapporten van Cook en Banks om Australië te koloniseren. In eerste instantie werd Australië slechts geschikt geacht als strafkolonie nadat Amerika daarvoor was afgevallen na de onafhankelijkheidsstrijd. Straffen voor criminelen werden in die tijd vaak omgezet in verbanning naar strafkolonies door de overvolle Britse gevangenissen. Australië was natuurlijk bij uitstek geschikt hiervoor door zijn afgelegen ligging.
Op 13 mei 1787 vertrokken de eerste elf schepen richting Australië met aan boord ca. 600 zeelieden en militairen en 568 mannelijke criminelen, 191 vrouwen en 13 kinderen. Op 26 januari 1788 werd de Britse vlag gehesen in wat nu Port Jackson heet en kapitein Arthur Philip werd de eerste gouverneur van de nieuwe Britse kolonie. In de eerste jaren waren vijandige aboriginals en het gebrek aan voedsel een groot probleem. Daarom werden ex-gevangenen naar een nieuwe strafkolonie gebracht: Norfolk Island. Het was de bedoeling dat de ex-gevangenen het land zouden cultiveren en dat dwangarbeiders ze daarbij zouden helpen, maar dit liep even anders. Leden van de New South Wales Corps kregen de taak om erop toe te zien dat alles ordelijk verliep. Zij waren de vervangers van de militairen. Dit corps hield zich echter al snel alleen maar bezig met een lucratieve drankenhandel onder leiding van John Macarthur, die echter totaal uit de hand liep.
Gouverneur Bligh (die van muiterij op de Bounty) lukte het niet om aan deze toestand een einde te maken en werd in 1810 opgevolgd door Lachlan Macquarie. Hij stuurde het New South Wales Corps (Macarthur was al eerder naar Groot-Brittannië teruggekeerd) terug naar Engeland en probeerde een modelkolonie van New South Wales te maken door meer vrije kolonisten aan te trekken. Ook aan gevangenen werden goede baantjes aangeboden en met de aboriginals probeerde men in vrede samen te leven. Deze Macquarie, een echte volksfiguur, werd later zelfs "Vader van Australië" genoemd, maar was uiteraard niet zo populair bij de rijke kolonisten. Zij probeerden Macquarie in een kwaad daglicht te stellen bij de regering in Londen, o.a. via John Macarthur die weer terug in Australië was. Uiteindelijk nam Lord Brisbane het van Macquarie over in 1821.
Enkele jaren later hadden de Britten het vermoeden dat de Fransen een claim zouden leggen op West-Australië nadat het Indonesische Java al in handen van de Fransen gevallen was. Om dit te voorkomen werd in Albany in 1826 de Britse vlag gehesen en in 1829 werd West-Australië door kapitein Charles Fremantle tot Brits grondgebied verklaard en onder militair bestuur gesteld. In het spoor van ontdekkingsreizigers als Charles Sturt en Hamilton Hume kwamen er langzaamaan steeds meer vrije kolonisten naar Australië. Omdat iedereen zonder veel problemen landeigenaar kon worden was er een groot gebrek aan (land)arbeiders en daarom werden de minst gevaarlijke dwangarbeiders daarvoor ingezet. Later werd dit probleem opgelost door de prijs van de grond te verhogen waardoor niet
iedereen zich de aanschaf van grond kon veroorloven.

Australië kolonie van Groot-Brittanië
Van grote betekenis voor de opkomst van Australië was de ontdekking halverwege de 19e eeuw van goud. Dit trok vele avonturiers en wekelijks duizenden immigranten naar Australië. Ondertussen raakte men in Groot-Brittannië ervan overtuigd dat het sturen van nog meer dwangarbeiders naar Australië geen goede zaak was. Men besloot om alleen nog maar kleine criminelen naar Australië te sturen.
De kolonisten leefden van schapenteelt en graanbouw. Andere koloniën werden opgericht in Western Australia, South Australia, Victoria, Queensland en het Northern Territory; deze koloniën werden echter door particulieren gesticht, buiten directe bemoeienis van de Britse regering. Het militaire bestuur werd het eerst in New South Wales vervangen door een burgerlijk bestuur met een volksvertegenwoordiging. In 1850 werden alle staten uitgenodigd een grondwet op te stellen.
In Australië zelf kwamen er ook steeds meer tegenstanders tegen de gevangenentransporten en in 1851 werd daarom de Australian League for the Abolition of Transporation opgericht waarna in 1853 Groot-Brittannië inderdaad stopte met het sturen van dwangarbeiders naar Oost-Australië. Voor West-Australië duurde het afschaffen tot 1868 vanwege een groot tekort aan arbeidskrachten. Om de economie te bevorderen wilde men vanaf eind 19e eeuw de afzonderlijke Australische koloniën onder brengen in een federatie. Ook zou men zich dan beter kunnen wapenen tegen buitenlandse invloeden en inmenging. Een pan-Australische ministersconferentie in 1891 had nog geen succes, maar een tweede in 1897 had een ontwerp-grondwet tot resultaat, die in 1900 door het Britse parlement werd goedgekeurd die aan de staten nog een zeer grote zelfstandigheid toekende.
Commonwealth of Australia
Op 1 januari 1901 bleek er voldoende draagvlak voor het plan om een federatie te vormen en werd de Commonwealth of Australia uitgeroepen. Op 9 mei 1901 werd het eerste Australische parlement te Sydney geopend.
Tegelijkertijd werd de Restriction Bill aangenomen waarmee men de toestroom van niet-Europeaanse immigranten wilde indammen. Door potentiële Aziatische en Polynesische immigranten een test in het Engels af te leggen werd dit de "White Australia"-politiek genoemd. Deze mensen hadden natuurlijk geen enkele kans omdat ze geen Engels spraken! Ook de aboriginals hadden veel te lijden onder deze wet en kregen zelfs pas in 1967 stemrecht. Als gevolg van afspraken tussen Groot-Brittannië en Australië waren de Australiërs genoodzaakt deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog. De Australische en ook de Nieuw-Zeelandse soldaten werden o.a. ingezet bij de Slag bij Gallipoli. Na maanden strijd en vele slachtoffers moesten de geallieerden zich gewonnen geven aan de Turken, die de zijde van Duitsland hadden gekozen.
Vanaf 1910 was de Labor Party aan de macht met sinds 1915 als leider de markante W.H. Hughes als premier. Omdat hij de dienstplicht in 1917 niet mocht invoeren scheidde hij zich af van zijn partij en stichtte samen met de liberalen de National Party. De omstreden Hughes maakte in 1919 veel indruk op de Australiërs door op de vredesconferentie van Versailles het mandaat over het Duitse Nieuw-Guinea in de wacht te slepen. Onder de opvolger van Hughes, S.M. Bruce, werd in 1927 de nieuwe hoofdstad Canberra ingewijd.
De wereldwijde economische depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw sloeg ook in Australië hard toe waardoor veel mensen hun baan verloren en er bittere armoede heerste, maar er ontstond tevens een grote behoefte aan een nationale regering. Onder leiding van J.A. Lyons behaalde de United Australian party, ontstaan uit een fusie tussen ontevreden socialisten en de National party, een meerderheidsregering die bijna tien jaar aanbleef. Na een aantal jaren ging het weer wat beter met de economie en nam de bedrijvigheid weer toe.